De
Ridder ziet er niet meer uit als een schooljongen,
maar meer als een man die zo ergens een catwalk
op
moet om een trendy jeansmerk te promoten. Als er
achter zijn voornaam da Cruz Carvalho
(de officiële naam van oud-Ajacied Dani) in plaats
van De Ridder zou staan, zou je het misschien ook
geloven.
Dezelfde donkere halflange haren, dezelfde modieuze
kledingstijl, dezelfde grote ogen die vrouwelijk
Nederland
vijf jaar geleden zo in vervoering brachten. Pardoes
snelt de bloedmooie serveerster van The Chocolate
Bar,
een Lounge-café in hartje Amsterdam waar we hebben
afgesproken, naar het tafeltje als De Ridder bij
ons aanschuift.
Als we hem gelijk maar confronteren met de gelijkenis
met de Portugees, knikt De Ridder.
"Dat hoor ik wel vaker. Toen hij hier speelde, dachten
mensen zelfs dat ik zijn broertje was. Ik kan het
begrijpen.
We lijken van een afstandje wel op elkaar, hebben
allebei een goed stel hersens en spelen allebei
het liefst op nummer tien.
Het grappige is dat ik al sinds mijn geboorte Dani
wordt genoemd door mijn familie.
Op een gegeven moment kwam er dus een Dani bij Ajax
spelen.
Vond ik in eerste instantie wel jammer want het
was mijn droom om met Dani op mijn rug bij Ajax
te spelen.
Nadat ik hem zag spelen, vond ik het minder erg.
Prachtige
voetballer. Veel flair."
Het zijn dezelfde kwaliteiten die De Ridder worden
toegedicht.
Een man die kan scoren, maar nog liever gaat voor
de mooie assist.
"Eigenlijk ben ik meer een liefhebber van de oude
nummer tien. Veel scoren, veel passes, niet al te
veel verdedigen.
Maar ik besef dat de moderne tien, die zich veel
actiever met het spel bemoeit, de toekomst heeft.
Daar moet ik nu aan werken. Ik moet concreter en
constanter worden."
Waar Van den Ouweland dweept met Bosvelt, is De
Ridder idolaat van Jari Litmanen.
"Jari is natuurlijk dé personificatie van de moderne
nummer tien. Al jaren een voorbeeld.
Ik was dolblij toen hij dit seizoen terugkeerde.
Niet alleen maakt hij Ajax weer een stukje authentieker,
hij is ook bereid dingen aan te reiken aan jonge
spelers. "Ik heb al één keer met hem gespeeld in
het tweede.
Of nou ja.Ik viel voor hem in na rust. Hoorde je
de speaker: 'Dames en heren een wissel aan de kant
van Ajax:
nummer tien Jari Litmanen verlaat het veld voor
nummer acht Daniël de Ridder.' Dat was wel mooi."
Wellicht dat De Ridder volgend seizoen of het jaar
erop met de Fin moet concurreren.
"Tja, een heel apart idee. Ik bedoel Ja-ri Lit-manen,
toch een idool van me en die moet ik dan uit de
ploeg spelen.
Zal moeilijk worden."
Maar De Ridder zal niet onbeslagen ten ijs komen.
Hij is gevormd door er jarenlang de bijna onmogelijke
combinatie van gymnasium
en de Ajax-opleiding op na te houden.
"Als je die potentie hebt, moet je er voor gaan.
Ik denk dat het goed is geweest voor mijn ontwikkeling
als mens.
Ik heb leren afzien. Vorig jaar moest ik examen
doen en had ik haast geen uur vrij.
Tot op een bepaald punt kreeg ik steun van Ajax.
Er werd gezorgd dat ik anderhalf uur per dag tijd
onder begeleiding huiswerk kon maken.
Maar verder gaan ze ook niet. Het blijft Ajax, dus
voetbal staat voorop. Logisch.
Eigenlijk heb ik het uiteindelijk allemaal zelf
moeten doen. Nou ja wel met veel steun van mijn
moeder.
" Nu het gymnasiumdiploma in de tas is, gaat de
Amsterdammer volledig voor het voetbal.
"Het mooiste leven is toch dat van een voetballer.
Toch vind ik het jammer dat ik momenteel even niets
met mijn hersens doe.
Ik heb serieus overwogen om te gaan studeren, maar
op universitair niveau is er geen enkele studie
die je fatsoenlijk met voetballen bij Ajax kan combineren.
Een HBO-studie is niet echt een optie voor mij.
Dat prikkelt me niet genoeg. Ik wil altijd het hoogste
uit mezelf halen."
(Sportweek - dinsdag 27 mei 2003)

(Tijdens
training in de Amsterdam Arena)