
26/1/2004 - Nieuwe parel: Daniel de Ridder
Louis
van Gaal zal bij Ajax de interne scouting in kaart brengen. Dat kan
geen kwaad.
Na afloop van Ajax-NEC (1–0) werd Daniël de Ridder gekroond tot man
van de wedstrijd.
De rechterspits, die na zijn debuut woensdag tegen Roda JC voor het
eerst in de basis stond, heeft lang op zijn kans moeten wachten.
Wie De Ridder (19) gisteren aan het werk zag, zal zich afvragen waarom
het zo lang heeft geduurd eer de sierlijke buitenspeler
de stap naar de A-selectie mocht maken. Na de onverwachte verkoop van
Andy van der Meyde, vorige zomer aan Internazionale,
lag de weg voor hem open. Trainer Ronald Koeman zette zijn kaarten echter
op de Nigeriaan Kalu Uche, een speler van Wisla Krakau.
Uche was aangedragen door de scouting, maar Koeman zelf zag hem nooit
aan het werk.
Terwijl Uche met zijn club aan het touwtrekken sloeg over een vermeende
gelimiteerde transfersom in zijn contract,
experimenteerde Koeman op de rechterflank zelfs met centrumspits Wesley
Sonck. Maar die noodgreep sorteerde slechts tijdelijk effect.
Bij het aantreden van Van Gaal als technisch directeur (1 november)
ging al rap een streep door de naam Uche.
Met aankopen, zei Van Gaal tijdens het trainingskamp in Portugal, gooi
je de deur dicht voor het talent uit de eigen opleiding.
Opmerkelijk genoeg werd in eerste instantie niet De Ridder, speler van
Jong Ajax, maar de twee jaar jongere Belg Tom de Mul,
speler van Ajax A1, naar voren geschoven. Koeman noemde De Mul voor
de rechtsbuitenpositie het grootste talent van de twee
en hij mocht als stagiair mee op trainingskamp naar Portugal. Die klap
kwam hard aan bij De Ridder,
die
de voorbije jaren tal van jongere voetballers (Nigel de Jong, Wesley
Sneijder, John Heitinga) zag doorbreken in Ajax 1.
Reden waarom hij in de eerste maanden van dit seizoen zijn draai maar
moeizaam vond in de door John van 't Schip en
Marco van Basten getrainde beloftenploeg. Die twee hebben hem geprikkeld
en op het juiste spoor gezet.
Hun investeringen betaalden zich uit, maar werden, om onbegrijpelijke
redenen, aanvankelijk niet beloond met de promotie van hun pupil.
Gesterkt
doordat zijn vorm in de laatste periode voor de winterstop snel groeide,
stak De Ridder zijn teleurstelling niet onder stoelen of banken.
De Amsterdammer vocht voor wat in zijn ogen misschien wel de laatste
kans was om de stap te maken naar de A-selectie van Ajax.
De overgang van Wamberto naar het Belgische Bergen, een deal die vlak
voor het trainingskamp naar de Algarve rondkwam,
opende plotseling ook voor De Ridder de deur die voor zijn gevoel te
lang had dichtgezeten.
Acht
dagen in Almancil waren voldoende om de technische staf van zijn kunnen
te overtuigen.
De Ridder mocht bij de A-selectie blijven, net als overigens De Mul
en verdediger Thomas Vermaelen (18).
Hoewel Koeman in De Ridder meer een middenvelder ziet dan een aanvaller,
gaf hij hem wel de opdracht mee
zich voorlopig te concentreren op de rechtsbuitenpositie. Woensdag in
Kerkrade maakte hij op die plek als invaller een verdienstelijk debuut.
En bij afwezigheid van Tom Soetaers (voetblessure) mocht hij gisteren
tegen NEC in de basis beginnen.
De
Ridder speelde met de flair die een Ajacied past, hoewel hij vooraf
'doodzenuwachtig' was geweest om voor een volle Arena te spelen.
Maar die nervositeit was snel verdwenen.
Al bij zijn eerste actie moest hij door twee tegenstanders met een overtreding
worden afgestopt.
Tekenend voor zijn gegroeide zelfvertrouwen was zijn gedurfde inbreng
na rust, toen Koeman hem vanaf de linkervleugel
(en later zelfs in de spits) liet spelen. Het resulteerde bijna in een
doelpunt. Met een gekruld schot dwong De Ridder
NEC-doelman Dennis Gentenaar tot een uiterste redding.
Hij
stond na afloop, gekozen tot man van de wedstrijd, nonchalant, maar
niet geposeerd de pers te woord.
''Deze dag kan nu even niet meer stuk. Het is jammer dat het geen goede
wedstrijd was, maar het zij zo.
We hebben gewonnen en ik heb me er doorheen geslagen. Vanavond ga ik
het heel rustig aan doen.
Ik wil met de mensen zijn die dicht bij me staan.''
Een
redelijk koele kikker, die De Ridder.
Op zijn elfde ging hij al naar het gymnasium en die opleiding kreeg
tot en met zijn examen de voorrang boven het voetbal.
''Omdat ik alles afmaak waar ik aan begin.''
Nu
Ajax niet langer wordt geconfronteerd met de geestelijke en lichamelijke
belasting
van de Champions League - wedstrijden die als dag en nacht verschillen
van die in de Nederlandse competitie -
heeft Koeman wat meer tijd om aan een vaste speelwijze en automatismen
te werken.
Hoewel de lijst afwezigen nog altijd schrikbarend lang is.
De Mul maakte daarom gisteren zijn debuut in Ajax 1 en ook Vermaelen
was daar dichtbij.
Bovendien zat de zeventienjarige spits Ryan Babel, net overgeheveld
van de A1 naar Jong Ajax, tegen NEC op de bank.
Koeman heeft gekozen voor een 3-4-3 opstelling, waarmee vooral de zelf
opgeleide spelers zich vertrouwd voelen.
Met Maarten Stekelenburg, Nigel de Jong, John Heitinga, Wesley Sneijder,
Rafael van der Vaart, Victor Sikora en De Ridder
stonden bij het eerste fluitsignaal zeven Nederlanders in het veld.
Het elftal werd aangevuld met drie 'halve' Nederlanders
(John O'Brien, Tomás Galásek en Wesley Sonck) en één Fransman: Julien
Escudé,
de enige in de basisopstelling die de Nederlandse taal nog niet machtig
is.
Ajax
heeft weer een herkenbaar gezicht gekregen,
hoewel het spel tegen Roda en een zeer defensief ingesteld NEC soms
ver onder de maat was.
Vooral Sonck, Galásek en de zieke Rafael van der Vaart hadden het moeilijk.
Toch werd de Belg matchwinner.
Na een voorzet van de opgefleurde Sikora en een listig hakballetje van
Van der Vaart ontdeed Sonck zich
in het strafschopgebied van NEC handig van twee tegenstanders.
Op zijn diagonale schot, niet hard, maar wel geplaatst, moest Gentenaar
een antwoord schuldig blijven.
''Ik hoop dat die treffer hem goed doet,'' zei Koeman, die het nog twee
maanden zonder de aan zijn lies geopereerde Zlatan Ibrahimovic moet
doen.
(parool)

(Tijdens
training in de Amsterdam Arena)
Concept & Designs: © RFA Communications 2002-2003. All Rights Reserved.